De aandrijving van een hydraulische pomp loopt via drie schakels: een lantaarnstuk dat motor en pomp centreert, een koppeling voor het koppel en een koppelbus of splinebus op de pompas. Als motor-pompverbinding koppelt een pompaandrijving een IEC-elektromotor of verbrandingsmotor aan een tandwielpomp van groep 1, 2 of 3 of aan een SAE-pomp. Of een aandrijfset past, bepalen flenspatroon en asuitvoering van de pomp: conisch 1:8, cilindrisch met spie of vertand volgens DIN 5482 of SAE.
Bij INDI vind je lantaarnstukken en koppelingshuizen van MP Filtri en OMT voor IEC-motoren in B5- en B14-uitvoering en voor kleine benzinemotoren. Splinebussen, lasbussen en koppelbussen van Borelli, Brevini en Casappa dekken metrische en inch-profielen, aangevuld met voorzetlagers en elektromagnetische koppelingen in 12 en 24 V.
Een lantaarnstuk, klokstuk of pomphouder kies je op twee kanten tegelijk: de IEC-bouwgrootte en flensvorm van de motor en de flens van de pomp. Een aanduiding als 90B14-GR1 lees je daarom als een IEC 90-motor met B14-flens op een pomp van groep 1.
Aan de motorzijde ligt de flens vast in IEC 60072: B5 is de grote flens met doorgaande gaten, B14 de kleine flens met tapgaten. Bouwgrootte en asdiameter horen vast bij elkaar:
| Bouwgrootte (IEC) | Asdiameter motor | Vermogen bij 4-polige motor (1.500 tpm) |
|---|---|---|
| 71 | 14 mm | 0,25 tot 0,37 kW |
| 80 | 19 mm | 0,55 tot 0,75 kW |
| 90 | 24 mm | 1,1 tot 1,5 kW |
| 100 en 112 | 28 mm | 2,2 tot 4 kW |
| 132 | 38 mm | 5,5 tot 7,5 kW |
| 160 | 42 mm | 11 tot 15 kW |
| 180 | 48 mm | 18,5 tot 22 kW |
Aan de pompzijde kies je tussen het flenspatroon van Europese tandwielpompen in groep 1, 2 en 3 en de inch-flenzen volgens SAE, die in ISO 3019-1 vastliggen.
| Pompflens | Herken je aan | Gangbare asuitvoering |
|---|---|---|
| Groep 1, 2 of 3 | rechthoekige flens met vier bouten in Europees of Duits patroon; bij groep 1 bijvoorbeeld een centreerdiameter van 25,4 mm en een boutpatroon van 52 x 72 mm | conisch 1:8 met spie, of cilindrisch |
| SAE-A | 2-gaats flens met een centreerdiameter van 82,55 mm | spline 9T 16/32, of cilindrisch 5/8 inch met spie |
| SAE-B en SAE-BB | 2- of 4-gaats flens met een centreerdiameter van 101,6 mm | spline 13T 16/32 bij SAE-B, 15T 16/32 bij SAE-BB |
| SAE-C | 2- of 4-gaats flens met een centreerdiameter van 127 mm | spline 14T 12/24 |
Een SAE-A koppeling past dus niet automatisch op elke SAE-A pomp: flens, boutpatroon en asprofiel moeten alle drie overeenkomen. Twijfel je over een combinatie? Neem contact op en stuur de typeplaatjes van motor en pomp mee.
De bus volgt de asuitvoering van de pomp, los van het lantaarnstuk: een lantaarnstuk dat op de motorflens past, zegt niets over de vertanding van de pompas. Herken eerst het profiel en meet daarna de maat:
| Asuitvoering | Herken je aan | Wat je doorgeeft |
|---|---|---|
| Conisch 1:8 | taps toelopende as met spie en moer, standaard bij Europese tandwielpompen | pompgroep, conus 1:8 en spiemaat, bijvoorbeeld spie 3 of 4 mm |
| Cilindrisch met spie | gladde ronde as met een spiebaan | asdiameter en spiebreedte |
| Spline DIN 5482 | metrische vertanding met een aanduiding als 28 x 25 | buiten- en binnendiameter plus tandenaantal |
| Spline DIN 5480 | metrische vertanding op module, met een aanduiding als 25 x 1,25 x 18 | diameter, module en tandenaantal |
| Spline SAE | inch-vertanding met steek 16/32 of 12/24 | steek en tandenaantal, bijvoorbeeld 13T 16/32 |
Een splinebus met twee verschillende profielen verbindt bijvoorbeeld een metrische vertanding met een SAE-pompas. Een lasbus las je zelf vast op een eigen as of naaf.
Vervang je een versleten bus, meet de oude dan na voordat je bestelt. Profielen die op elkaar lijken, verschillen vaak in steek of tandenaantal:
Slijtdelen bestel je los: een bus, spider of voorzetlager vervang je zonder een complete aandrijfset te bestellen.
De bedrijfswijze bepaalt de koppeling. Draait de pomp continu mee met de motor, dan kies je een elastische of vertande koppeling; schakel je de pomp alleen bij wanneer je hem nodig hebt, dan een elektromagnetische koppeling.
| Koppeling | Werking | Kies je bij |
|---|---|---|
| Elastische klauwkoppeling of sterkoppeling | twee naven met een kunststof ster of spider ertussen, die trillingen dempt en kleine uitlijnfouten opvangt | elektro- en dieselmotoren in continubedrijf, zoals op hydraulische aggregaten |
| Vertande koppeling met splinebus | starre, torsiestijve verbinding via vertande naven en een bus | een compacte opbouw waarin het lantaarnstuk motor en pomp nauwkeurig centreert |
| Elektromagnetische koppeling | schakelbare koppeling die de pomp met een spoel van 12 of 24 V in- en uitschakelt | hydraulische functies die niet continu aan staan, terwijl de motor doorloopt |
Een elastische koppeling houdt de aandrijflijn rustig en spaart de lagers en asafdichting van de pomp. Zoek je een losse sterkoppeling of andere elastische koppeling voor een aandrijving buiten de hydrauliek, dan vind je die bij askoppelingen en klemelementen.
Het nominale koppel van je pompaandrijving bereken je met T = 9550 × P ÷ n:
Rekenvoorbeeld: een motor van 15 kW bij 1.450 tpm. 9550 × 15 ÷ 1450 → 99 Nm nominaal koppel.
Tel daar een bedrijfsfactor voor schokbelasting bij op, meestal 1,5 tot 2 bij een dieselmotor of een pomp die vaak tegen het overdrukventiel loopt. In dit voorbeeld kies je dus een koppeling voor 150 tot 200 Nm.
Monteurs, onderhoudsteams en werkplaatsen in industrie, aannemerij en machinebouw bestellen bij INDI lantaarnstukken, bussen, koppelingen en voorzetlagers op één zakelijk account. De pompen zelf vind je bij hydraulische pompen en de hydromotoren bij hydraulische motoren, allebei onder pompen en motoren.
Moet het toerental tussen motor en pomp omhoog of omlaag, kijk dan bij tandwielkasten. Zoek je een complete unit met motor, pomp en tank, dan vind je die bij hydraulische aggregaten.
Slijtdelen als de bus en de spider vervang je vaker dan het lantaarnstuk. Zet ze per machine op een lijst of bij je favorieten, dan bestel je bij de volgende onderhoudsbeurt dezelfde maat zonder opnieuw te meten.
Stel je een nieuwe aandrijving samen, geef dan de motorbouwgrootte en flensvorm, de pompflens, de asuitvoering van de pomp en de draairichting door. Neem contact op met de productspecialisten voor advies of een prijsopgave voor een serie aandrijvingen.
Een voorzetlager heb je nodig zodra de pompas radiale of axiale krachten krijgt die de pomplagers zelf niet dragen. Dat speelt bij een aandrijving via een V-snaar, tandwiel of cardanas en bij een lange uitkraging.
Het lager vangt die krachten op en houdt de asafdichting van de pomp vrij van belasting. Bij de voorzetlagers kies je op pompgroep of SAE-maat en op het asuiteinde.
Vervang de spider zodra je speling, scheurtjes, verhard rubber of zwart stof in het lantaarnstuk ziet, niet op een vast interval. De standtijd hangt af van koppel, schokbelasting, temperatuur en uitlijning.
Controleer de spider bij elke onderhoudsbeurt waarbij de pomp los zit. Draait de machine continu, leg dan een reserve-spider op de plank.
Controleer eerst of boutpatroon en centreerdiameter aan beide kanten overeenkomen en of er genoeg inbouwruimte voor de koppeling is. Maak de centreerpassingen schoon en braamvrij, zodat motoras en pompas op één hartlijn komen.
Zet de koppelingshelften op de voorgeschreven afstand, zodat de pompas geen axiale druk krijgt. Draai de bouten kruislings aan en controleer daarna of de as met de hand soepel rondgaat.
Snelle slijtage en trillingen hebben meestal een van deze oorzaken:
Controleer eerst uitlijning en bevestiging en reken daarna de koppeling na op koppel en demping. Een nieuwe spider in een scheve opstelling slijt net zo snel.
In een droge machineruimte volstaat meestal IP54; bij spatwater, condens of buitenopstelling kies je minimaal IP65 en bij reiniging met een waterstraal IP66 of IP67 volgens IEC 60529. In stoffige ruimtes telt het eerste cijfer: IP6X is stofdicht, en stof op het wrijvingsvlak verlaagt het schakelkoppel.
Voer connector en kabelinvoer in dezelfde klasse uit als de spoel. Schakel je vaak, vergelijk dan ook de toegestane schakelfrequentie met je gebruik, want elke inschakeling brengt warmte in het wrijvingsvlak.
Fail-safe beschrijft wat de koppeling doet zodra de voedingsspanning wegvalt. Een elektromagnetisch bekrachtigde koppeling ontkoppelt dan, zodat de pomp stopt met leveren en de hydraulische functie stilvalt.
Een veerbekrachtigde uitvoering houdt de pomp juist aangedreven. Welke variant past, volgt uit de veiligheidsfunctie van je installatie; controleer dit per type in de productdata.
Wij staan voor je klaar.
Maandag - vrijdag 7 - 18 uur
