Een knipperlichtrelais, ook knipperautomaat of knipperrelais genoemd, regelt het knipperritme van de richtingaanwijzers en het alarmlicht. Je kiest het juiste exemplaar op vier kenmerken: spanning (12V of 24V), aantal polen, klemcode en lampbelasting. Voor LED-richtingaanwijzers hoort daar een lastonafhankelijke, LED-geschikte uitvoering bij.
Heb je het OEM- of merknummer van het relais dat eruit gaat, dan zoek je daar direct op. Die kenmerken staan bij elk artikel vermeld, omdat het uitzoeken wélk relais erin hoort in de praktijk meer tijd kost dan de levering.
Thermische (mechanische) en elektronische uitvoeringen bestaan naast elkaar: 12V voor personenauto's, bestelwagens en motorfietsen, 24V voor vrachtwagens, aanhangers en zwaar materieel.
Bij INDI vind je een breed assortiment knipperlichtrelais van Hella, Bosch en Cobo, in uitvoeringen van 2 tot 6 polen en in 12V en 24V. LED-geschikte, lastonafhankelijke relais en uitvoeringen met aanhangeraansluiting (C2/C3) voor een controlelampje per aanhanger horen daar ook bij.
Een knipperlichtrelais schakelt de stroom naar de richtingaanwijzers in een vast ritme van rond de 90 knipperingen per minuut en meet tegelijk de aangesloten lampbelasting. Valt er een lamp uit, dan verandert het ritme of dooft het controlelampje, zodat je de storing direct ziet. Bij ingeschakeld alarmlicht schakelt hetzelfde relais alle richtingaanwijzers gelijktijdig.
Knipperautomaat, knipperrelais, knipperlichtautomaat en intermitterend relais zijn hetzelfde onderdeel; welke term op de verpakking of in het werkplaatsschema staat, verschilt per fabrikant en per regio. De klemcode (ook aansluitcode of pinbezetting genoemd) staat op de behuizing en volgt DIN 72552.
Het verschil tussen een thermisch en een elektronisch relais zit in het schakelprincipe en daarmee in de nauwkeurigheid van de knipperfrequentie.
| Kenmerk | Thermisch (mechanisch) relais | Elektronisch relais |
|---|---|---|
| Schakelprincipe | Bimetaalstrip die opwarmt en afkoelt | Halfgeleiderschakeling met vaste timing |
| Knipperfrequentie | Varieert met temperatuur en lampbelasting | Constant, onafhankelijk van de belasting |
| Geschikt voor LED | Nee, de lage stroom leest als lampuitval | Ja, in lastonafhankelijke uitvoeringen |
| Hoorbare klik | Duidelijk hoorbaar bij elke schakeling | Vaak stil of met elektronisch signaal |
| Typische toepassing | Oudere voertuigen, klassiekers, eenvoudige 12V-installaties | Modern materieel, LED-retrofit, trillingsgevoelige montage |
Vergelijk vier harde kenmerken voordat je bestelt: spanning, aantal polen, aanhangercontrolelamp en lampbelasting. Die vier bepalen samen of het nieuwe relais in de bestaande bedrading past.
De klemcodes op de behuizing vertellen je sneller dan de vorm van de stekker of het relais 1-op-1 past.
| Klemcode | Functie | Wanneer relevant |
|---|---|---|
| 31 | Massa | Altijd aanwezig |
| 49 | Voeding naar het relais | Altijd aanwezig, gezekerd via contactslot |
| 49a | Geschakelde uitgang naar de richtingaanwijzerschakelaar | Altijd aanwezig |
| C of P | Controlelamp op het dashboard | 4- en 5-polige uitvoeringen |
| C2 / C3 | Controlelamp eerste en tweede aanhanger | Trekkende voertuigen met aanhangercontrole |
| L / R | Linker- en rechterrichtingaanwijzer | Motorfiets- en universele relais |
Welke klemcodes je aantreft, volgt uit het aantal polen: 31/49/49a vormt de basis en elke extra pool voegt een controlelamp- of aanhangerfunctie toe. Onderstaande combinaties volgens DIN 72552 komen in de praktijk het meest voor.
| Aantal polen | Typische klemcodes | Functie die erbij komt |
|---|---|---|
| 2-polig | 49 en 49a, of L en R | Alleen schakelen, massa via de behuizing of het frame; motorfiets- en universele relais |
| 3-polig | 31, 49, 49a | Basisfunctie zonder controlelamp |
| 4-polig | 31, 49, 49a plus C (soms 49b of C2) | Controlelamp op het dashboard of controle van de eerste aanhanger |
| 5-polig | 31, 49, 49a, C of P, C2 | Tweede controlelamp- of aanhangerfunctie |
| 6-polig | 31, 49, 49a, C of P, C2, C3 | Dashboardlamp plus controle van twee aanhangers |
De fysieke pinpositie in de connector verschilt per fabrikant, ook als de klemcode identiek is. Klem 49a zit bij het ene type op pin 2 en bij het andere op pin 3, terwijl de stekker er hetzelfde uitziet. Raadpleeg daarom altijd de code naast de pen op de behuizing en het schakelschema, nooit de plek in de stekker.
Een oud thermisch relais vervangen door een elektronisch exemplaar lukt vaak, mits de pinbezetting en de klemcodes overeenkomen. Twee relais met vier polen hebben soms een andere klemcodering, waardoor de bedrading niet 1-op-1 past. Vergelijk daarom de codes op de behuizing en niet alleen het aantal pinnen.
Geen directe match op het OEM-nummer, of staat het oorspronkelijke merk niet in het assortiment? Stuur het onderdeelnummer of een foto van het typeplaatje mee, dan zoeken onze productspecialisten de vervanger erbij.
INDI voert knipperlichtrelais van gevestigde A-merken, met Hella als breedste assortiment: 12V en 24V, 3- tot 6-polig, standaarduitvoeringen en LED-geschikte relais. Bosch levert herkenbare 12V-knipperrelais voor aftermarkettoepassingen, Cobo vult het aanbod aan met relais voor bedrijfswagens en werktuigen.
Een merkrelais houdt de knipperfrequentie binnen de genormeerde bandbreedte, ook bij wisselende lampbelasting en temperatuur. Fabrikanten als Hella vermelden per artikel het schakelvermogen, het bedrijfstemperatuurbereik (van -20 tot +60°C tot -40 tot +85°C), de IP-klasse en de E-markering. Die specificaties maken de keuze controleerbaar in plaats van een gok, en dat scheelt een tweede ritje naar hetzelfde voertuig.
Dat bepaal je aan drie dingen: spanning, klemcodes en lampbelasting. Komen die overeen met het relais dat eruit gaat, dan past het nieuwe exemplaar in de bestaande bedrading.
Vervang je halogeen richtingaanwijzers door LED, bestel dan een LED-geschikt, lastonafhankelijk knipperlichtrelais mee. Zonder dat relais knipperen de LED's te snel: dit heet hyperflash en ontstaat doordat het standaardrelais de lagere stroomopname van LED interpreteert als een defecte lamp.
Een LED-relais is meestal de nettere oplossing, omdat het de frequentie constant houdt zonder extra warmte te produceren. Een belastingsweerstand die de stroom van een 21W-gloeilamp nabootst is het alternatief als vervanging van het relais niet praktisch is, bijvoorbeeld bij een geïntegreerde lichtmodule. Bij voertuigen met CAN-bus en lampcontrole hoort naast spanning en klemcodes ook de compatibiliteit met de voertuigelektronica in de check.
Motorfietsrelais zijn er in 2-, 3- of 4-polige uitvoeringen en hebben vaak een ander schakelvermogen dan een relais voor auto's of bedrijfswagens. Controleer daarom polen én schakelvermogen, niet alleen het voertuigtype.
In de webshop filter je op spanning, aantal polen, klemcode en lampbelasting, zodat je binnen een paar klikken bij het passende relais uitkomt. Andere typen relais, zoals werkstroom- en wisrelais, vind je bij de relais in dezelfde categorie.
Zoek je er meteen kabel, zekeringen of schakelaars bij? Die staan bij het installatiemateriaal voor voertuig elektro, onderdeel van het assortiment voertuigtechniek.
Met een zakelijk account zie je na inloggen je netto prijzen en vraag je een factuur of offerte op bedrijfsnaam aan. Eerdere orders staan in je accounthistorie, zodat je hetzelfde relais voor het volgende voertuig in twee klikken herbestelt.
Twijfel je over polen, klemcode of een OEM-nummer? Neem contact op met onze productspecialisten. Voor 18:00 uur besteld én op voorraad betekent de volgende werkdag in huis.
Klem 31 is massa, klem 49 de voeding en klem 49a de geschakelde uitgang naar de richtingaanwijzerschakelaar. Die drie vormen volgens DIN 72552 de basis van elk 3-polig relais. Een 4-polig relais voegt C of P toe voor het dashboardlampje, een 5- of 6-polig relais C2 en C3 voor de aanhangercontrole. Raadpleeg de code op de behuizing, niet de plek in de stekker.
Let op drie symptomen: te snel of te traag knipperen, lampen die continu branden zonder te knipperen, en richtingaanwijzers die niets doen terwijl lampen en zekering in orde zijn. Een onregelmatig ritme dat pas na opwarmen normaal oogt, wijst op een versleten thermisch relais. Controleer eerst de lampen, de zekering en de massaverbinding. Blijft het beeld hetzelfde, dan is het relais aan vervanging toe.
Sluit klem 31 aan op massa, klem 49 op de gezekerde voeding via het contactslot en klem 49a op de richtingaanwijzerschakelaar. Bij een 4-polig relais gaat de vierde aansluiting (C, C2 of 49b) naar het controlelampje of de aanhangercontrole. Volg de klemcodes op de behuizing en het schakelschema, want pinposities verschillen per type. Monteer het relais droog en trillingsvrij.
De richtingaanwijzers werken dan onbetrouwbaar: te snel knipperen, continu branden of helemaal uitblijven. Zonder zichtbaar richtingsignaal is het voertuig verkeersonveilig en volgt bij de APK afkeur van de richtingaanwijzerinstallatie. Een hakkelend thermisch relais belast daarnaast de contacten en het lampcircuit extra. Vervang het relais daarom bij de eerste afwijking in het knipperritme.
Een thermisch relais schakelt met een bimetaalstrip die opwarmt en afkoelt, een elektronisch relais met een halfgeleiderschakeling en vaste timing. Bij een overstap van thermisch naar elektronisch moeten pinbezetting en klemcodes overeenkomen; het aantal polen alleen zegt niets. Thermische relais blijven relevant voor oudere voertuigen, klassiekers en eenvoudige 12V-installaties.
Kies een relais met een vermelde E-markering. De richtingaanwijzerinstallatie op de openbare weg moet aan de Europese eisen voldoen; ECE R10 gaat specifiek over elektromagnetische compatibiliteit, zodat het relais geen storing veroorzaakt in de voertuigelektronica. Relais van A-merken dragen daarom een E-markering zoals E1 03 5253. De exacte toepasbaarheid staat per artikel in de technische specificaties.
Wij staan voor je klaar.
Maandag - vrijdag 7 - 18 uur
