Met een hydraulisch stuurventiel of stuurschuif stuur je de olie naar poort A of B, zodat een cilinder uitschuift, intrekt of stilstaat. Je kiest een monoblok, een sectioneel ventielblok of een directioneel CETOP-ventiel volgens ISO 4401. Debiet en werkdruk bepalen de maat: NG6 gaat tot 80 l/min en 350 bar, NG25 tot 600 l/min.
Bij INDI vind je hydraulische stuurventielen langs vier routes: monoblok- en sectionele stuurventielen, genormeerde CETOP-stuurventielen en voetplaten, proportionele stuurventielen voor traploze regeling en cartridges en patroonhuizen voor manifoldblokken.
Voor druk- en stroomregeling in de leiding kies je in-line componenten, voor afsluiten en omschakelen meerweg- en kogelkranen, en hendels, joysticks en afstandsbedieningen staan bij de bedieningen. Danfoss, Walvoil en FluidPress dragen het grootste deel van dit aanbod.
Hydraulische ventielen deel je in op hun functie: richting, druk, debiet, blokkeren of afsluiten. Die functie bepaalt waar het ventiel in het circuit zit en welk type je bij vervanging zoekt.
| Ventielgroep | Wat het doet | Typische uitvoeringen |
|---|---|---|
| Stuurventielen | sturen de olie naar poort A of B en bepalen zo de bewegingsrichting | monoblok, sectioneel, CETOP NG4 tot NG25, proportioneel |
| Drukventielen | begrenzen, verlagen of schakelen op druk | drukbegrenzingsventiel, reduceerventiel, volgordeventiel, balanceerventiel |
| Stroomventielen | regelen de snelheid via het debiet | smoorventiel, smoorterugslagventiel, 3-weg stroomregelventiel, stroomverdeler |
| Blokkeerventielen | laten olie in één richting door of houden een last vast | terugslagventiel, gestuurd terugslagventiel, slangbreukbeveiliging |
| Afsluiters | sluiten een leiding af of schakelen om tussen circuits | 2-weg en 3-weg kogelkraan, meerwegkraan |
Een balanceerventiel op een hefcilinder houdt de last op zijn plek, ook als het stuurventiel intern lekt. Een smoorterugslagventiel remt juist één richting af en laat de andere vrij, bijvoorbeeld bij een arm die gecontroleerd moet zakken.
Een ventielblok bundelt meerdere hydraulische functies in één huis, en in de praktijk bedoel je daarmee één van drie bouwvormen. Zoek je een handbediend stuurblok of commandoblok met hendels, dan gaat het om een monoblok of sectioneel stuurventiel; bij een manifoldblok om een geboord blok met cartridges.
| Bouwvorm | Opbouw | Uitbreidbaar | Typische inzet |
|---|---|---|---|
| Monoblok stuurventiel | één gegoten huis met één tot zeven werksecties in vaste volgorde | nee, een extra functie betekent een ander blok | vaste functieset op een kipper, laadklep of compacte aanbouw |
| Sectioneel stuurventiel | inlaatsectie, losse werksecties en eindsectie, samengetrokken met trekstangen | ja, je plaatst een sectie bij of wisselt hem per functie | kranen en machines met wisselende functies per uitvoering |
| Manifoldblok met cartridges | aluminium of stalen blok met boringen voor inschroefpatronen | per ontwerp, met extra boringen of een tweede blok | druk-, stroom- en lasthoudfuncties direct op cilinder, pomp of motor |
De keuzeregel: een vaste functieset en weinig ruimte betekent monoblok, latere uitbreiding of variatie tussen machinetypen betekent sectioneel. Het maximale aantal werksecties per inlaat verschilt per serie en staat in de datasheet.
Een cartridgeventiel schroef je direct in een manifoldblok of patroonhuis, zonder slangen of koppelingen ertussen. Dat is de logische keuze in drie situaties:
Bij een eenvoudig circuit met twee of drie functies blijft een los ventiel met leidingwerk logischer, zeker als het goed bereikbaar aan het frame zit. Vervangen gaat dan sneller en je hoeft geen boring te controleren op maat en afdichtingsvorm.
De middenstand bepaalt wat het ventiel doet in ruststand: waar de pompstroom heen gaat en of de werkpoorten A en B dicht blijven. Je kiest hem op het pomptype en op de vraag of de last in ruststand moet blijven staan.
| Middenstand | Gedrag in ruststand | Geschikte pomp | Typische toepassing |
|---|---|---|---|
| Open center | P staat open naar T, zodat de pompstroom drukloos naar tank loopt; of A en B open of dicht zijn, bepaalt de schuif | vaste pomp, zoals een tandwielpomp | mobiele machines met een constant draaiende pomp |
| Closed center | P, T, A en B zijn alle vier afgesloten | drukgeregelde verstelpomp of load-sensing | circuits met meerdere ventielen parallel op één drukbron |
| Tandem center | P staat door naar T, A en B zijn geblokkeerd | vaste pomp | last vasthouden bij drukloze omloop, ventielen in serie |
Bij mobiele monoblokken blokkeert de schuif A en B meestal, bij industriële CETOP-schuiven staan ze in open center vaak mee open naar tank. Check daarom altijd het schuifsymbool in de datasheet, niet alleen de term.
Een gelijk boorpatroon zegt bij vervanging niets over de middenstand. Een closed center-ventiel op een vaste pomp jaagt de volle pompstroom over de overdrukklep, met warme olie en vermogensverlies als gevolg.
Voed je een tweede ventielblok achter het eerste, kies dan een uitvoering met drukdoorvoer, in datasheets power beyond: de olie gaat in de middenstand onder druk door naar het volgende blok in plaats van naar tank.
Twijfel je over de middenstand bij vervanging? Neem contact op voor bevestiging van de juiste uitvoering en houd het typeplaatje van het oude ventiel bij de hand.
De bediening bepaalt hoe je het ventiel aanstuurt en hoe fijn de beweging verloopt. Handbediend en elektrisch aan/uit geven per functie een vaste snelheid, een proportioneel ventiel volgt traploos het stuursignaal.
| Bediening | Aansturing | Spanning en connector | Typische toepassing |
|---|---|---|---|
| Handbediend | hendel, knop of bowdenkabel direct op de schuif, met veerretour of arretering | geen elektrische aansluiting | bediening vanaf de machine, laadklep of kipper |
| Elektrisch aan/uit | magneetspoel schakelt de schuif volledig om | 12 of 24 V DC of 230 V AC, met een DIN EN 175301-803-stekker (de vroegere DIN 43650, in de werkplaats de Hirschmann-stekker), AMP of Deutsch | schakelen vanuit de cabine of via een PLC |
| Proportioneel | stuursignaal of joystick zet de schuif traploos in positie | 12 of 24 V DC met ingebouwde of externe elektronica, vaak met Deutsch- of AMP-connector | kraanfuncties, gelijktijdige onafhankelijke bewegingen, fijnregeling onder last |
Daarnaast bestaan hydraulisch voorgestuurde uitvoeringen, die je vooral tegenkomt bij grote bouwgroottes en bij joystickbediening op afstand van het ventiel.
De keuzeregel: kies proportioneel bij traploze snelheidsregeling of bij functies die tegelijk en onafhankelijk bewegen, anders volstaat aan/uit of handbediend. Bouw je handbediend om naar elektrisch, controleer dan of het huis een voorziening voor een spoel heeft en welke spanning de machine levert.
Het benodigde debiet leid je af van de snelste beweging in het circuit, niet van de pompopbrengst alleen. Het vereiste debiet bereken je met Q = A × v × 0,06:
Een cilinder met een boring van 80 mm heeft een zuigeroppervlak van 50,3 cm². Bij een stangsnelheid van 10 cm/s geeft dat 50,3 × 10 × 0,06 → 30,2 l/min, ruim binnen de grens van een NG6-ventiel.
Voor de werkdruk neem je de hoogste druk die de drukbegrenzing toelaat en kies je een ventiel met een drukklasse daarboven. De drukbegrenzing stel je doorgaans 10 tot 20 procent boven de werkdruk in, en altijd onder de maximale druk van de zwakste component in het circuit.
Het uitgangspunt verschilt per machinesoort. Op een mobiele machine verdeel je het beperkte debiet van een vaste pomp over de functies, dus reken je met de zwaarste combinatie die tegelijk beweegt; zware mobiele machines gebruiken daarvoor vaak load-sensing.
Een industriële installatie draait vaker op een drukgeregelde verstelpomp met een constant aanbod. Daar telt vooral de drukval over het ventiel bij vollast, die je in de datasheet afleest bij het berekende debiet.
CETOP, vastgelegd in ISO 4401, standaardiseert het boorpatroon van het montagevlak, maar een gelijk boorpatroon garandeert geen gelijke werking. Het patroon zorgt dat poorten en boutgaten op dezelfde plek zitten; schuiffunctie, drukklasse en afdichting bepalen of het ventiel in jouw circuit hetzelfde doet.
| Maat (NG) | CETOP-aanduiding | Maximaal debiet | Maximale werkdruk |
|---|---|---|---|
| NG4 | CETOP 02 | 30 l/min | 320 bar |
| NG6 | CETOP 03 | 40 tot 80 l/min | 250 tot 350 bar |
| NG10 | CETOP 05 | 120 l/min | 320 bar |
| NG16 | CETOP 07 | 300 l/min | 320 bar |
| NG25 | CETOP 08 | 600 l/min | 320 bar |
De waarden horen bij de uitvoeringen in deze categorie; de exacte grens per ventiel staat in de datasheet. Bij vervanging controleer je vier punten:
Bij een elektrische uitvoering komen spoelspanning, AC of DC en het connectortype erbij. De voetplaat kies je op dezelfde NG-maat en op de draadmaat van de aansluitingen, meestal BSP.
Danfoss, Walvoil en FluidPress dekken samen de keten van stuurschuif tot regelventiel in de leiding. De tabel laat zien waar elk merk sterk in is.
| Merk | Sterk in | Typische inzet |
|---|---|---|
| Danfoss | proportionele PVG-ventielen, van PVG32 tot PVG256, plus cartridges en patroonhuizen | zware mobiele hydrauliek met load-sensing en joystickbediening, en industriële circuits |
| Walvoil | monoblok- en sectionele stuurventielen uit de SD-serie, spoelen en elektrische bediening | machines met meerdere werkfuncties en latere uitbreiding per sectie |
| FluidPress | drukregel- en 3-weg stroomregelventielen | in-line opbouw in bestaand leidingwerk |
Blijf waar mogelijk binnen één merk en serie. Boorpatroon, spoel, connector en afdichtingsset sluiten dan op elkaar aan, zodat je bij een storing niet eerst uitzoekt of een sectie op de inlaat past of welke spoelspanning erbij hoort.
Monteurs, onderhoudsteams, werkvoorbereiders en machinebouwers in industrie, aannemerij en machinebouw bestellen hier stuurventielen, cartridges en regelcomponenten. Pomp, cilinder en leidingdelen voor hetzelfde circuit vind je in de bovenliggende categorie hydrauliek.
Je bestelt op specificatie: NG-maat, aantal functies, middenstand, spoelspanning en afdichting. In je zakelijke account vind je eerdere bestellingen terug en zet je vaste secties en spoelen op een lijst, zodat je dezelfde uitvoering zonder zoekwerk opnieuw bestelt.
Werk je aan meerdere machines of bestel je voor een hele ploeg, dan combineer je alles in één bestelling. Losse in-line componenten, meerweg- en kogelkranen en bedieningen neem je daarin direct mee.
Gaat het om een load-sensing-circuit, een manifold op maat of de vervanging van een OEM-ventiel waarvan alleen het typeplaatje nog leesbaar is? Neem contact op voor advies of een offerte: de productspecialisten zoeken met je uit welke uitvoering in jouw systeem past.
Hoe nauwkeuriger het ventiel, hoe strenger de reinheidsklasse volgens ISO 4406. Standaard schuifventielen werken doorgaans met 20/18/15 of schoner, proportionele ventielen vragen door hun kleine stuurspleten 18/16/13 of schoner.
Vuildeeltjes slijpen de speling tussen schuif en boring op, met interne lekkage als gevolg. De bindende eis staat in de datasheet van het specifieke ventiel.
Je zoekt niet op het oude typenummer maar op specificatie. Match vier punten: het boorpatroon of de aansluitmaat (bij een cartridge de maat van de inschroefholte), de middenstand, het maximale debiet en de maximale druk, en bij een elektrisch ventiel ook spoelspanning en connector.
Twijfel je over een gelijkwaardig alternatief? Neem contact op en stuur een foto van het typeplaatje mee.
Je sluit de pompleiding aan op P, de tankleiding op T en de leidingen naar cilinder of motor op A en B. Controleer vooraf de draadsoort, meestal BSP, en bij een CETOP-ventiel of het montagevlak schoon en braamvrij is en alle O-ringen in de groeven zitten.
Kies de afdichtingsringen in NBR of FKM (Viton) passend bij de olie en draai de bouten kruislings aan op het aanhaalmoment uit de datasheet. Een ongelijk aanhaalmoment vervormt de afdichting en geeft lekkage aan het montagevlak.
Interne lekkage herken je aan een last die in de middenstand wegzakt, een vastloper aan een schuif die blijft hangen. De gangbare oorzaken:
Reiniging en een nieuwe afdichtingsset verhelpen een vastloper vaak. Is de schuif zelf ingelopen of lekt het ventiel na reiniging nog intern, dan is vervanging de betrouwbaardere route, omdat schuif en huis als paar zijn ingeslepen.
Een 4/3-wegventiel heeft vier aansluitingen (P, T, A en B) en drie standen, inclusief een neutrale middenstand; een 4/2-wegventiel heeft dezelfde aansluitingen maar twee standen zonder neutrale tussenstand. De 4/3-uitvoering is de standaard voor een dubbelwerkende cilinder die tussentijds moet stilstaan.
Een 4/2-ventiel past bij een component dat altijd in één van twee posities staat, zoals een klem die open of dicht is.
In natte, stoffige of buitentoepassingen kies je een magneetspoel met IP65 of IP67. IP65 beschermt tegen waterstralen uit elke richting, IP67 tegen tijdelijk onderdompelen.
De klasse geldt alleen met een correct gemonteerde connector, inclusief pakking en kabelwartel. Reinig je de machine met een hogedrukreiniger, toets de spoel dan aan IP69K en aan de werkelijke omstandigheden op de machine.
Wij staan voor je klaar.
Maandag - vrijdag 7 - 18 uur
