Een manometer meet de druk in een hydraulisch of pneumatisch systeem en zet die om naar een afleeswaarde in bar of psi. Hetzelfde instrument heet in de werkplaats ook drukmeter of drukmeetklok.
Zonder betrouwbare meter werk je blind. Je ziet niet of je aggregaat de juiste druk opbouwt, of een ventiel te vroeg afblaast, of dat een pomp langzaam inzakt.
INDI levert manometers en drukmeters voor hydrauliek en pneumatiek: schaalbereiken van 0–1 bar tot 0–1000 bar, kastmaten van Ø 40 tot Ø 100 mm, glycerinegevuld of droog, in staal, RVS of kunststof.
In dezelfde categorie liggen ook de manometerkoppelingen en afsluiters, meetpuntkoppelingen en beschermkappen — alles uit één assortiment van ruim 450.000 technische onderdelen.
Deze pagina loopt de vijf keuzes langs die in de werkplaats steeds terugkomen: meetbereik, vulling, aansluitpositie, schroefdraad en nauwkeurigheidsklasse. Met de vuistregels erbij.
Een analoge manometer meet druk met een bourdonbuis: een gebogen, platgedrukte metalen buis die onder druk iets rechttrekt. Een tandwieloverbrenging vertaalt die minieme beweging naar de wijzer.
Een digitale drukmeter gebruikt in plaats daarvan een druksensor — meestal een membraan met rekstrookjes — en zet het elektrische signaal om naar een waarde op het display.
Een standaard manometer meet overdruk ten opzichte van de omgeving. Wijst de meter bij een drukloos systeem niet exact nul aan, dan is dat het eerste signaal dat het meetsysteem verlopen of beschadigd is.
Het bourdonprincipe ligt vast in EN 837-1, in Nederland NEN-EN 837-1. Die norm dekt nominale maten van 40 tot 250 mm en bereiken tot 1600 bar, en legt de vaste kastmaten NS 40, 50, 63, 80, 100, 160 en 250 mm vast.
| Uitvoering | Waarvoor je hem kiest | Let op |
|---|---|---|
| Glycerinegevuld | Trillingen en drukpieken: aggregaten, pompblokken, persen en mobiele machines. De vulling dempt de wijzer en smeert het mechanisme. | Beschikbaar met onderaansluiting, achteraansluiting en in RVS-uitvoering. |
| Droog | Stabiele processen, persluchtnetten en hogere mediumtemperatuur. Ook de eenvoudiger keuze bij lichte toepassingen. | Kies tussen onderaansluiting droog en achteraansluiting droog. |
| Met sleepwijzer | Vastleggen van de hoogste druk in een cyclus. De sleepwijzer blijft op de piek staan, ook nadat de druk wegvalt. | Leverbaar met onderaansluiting of achteraansluiting. |
| Vacuüm en druk-vacuüm | Onderdruk vanaf -1 bar: zuiginstallaties, vacuümgrijpers en ontluchtingssystemen. | Zie de vacuümmanometers met onderaansluiting. |
| Paneelinbouw | Meetkasten en bedieningspanelen, met achteraansluiting en voorflens of montagebeugel. | In droge en glycerinegevulde uitvoering. |
| Digitaal | Testopstellingen, instelwerk en storingsdiagnose. Hogere resolutie en afhankelijk van het model min/max-registratie en logging. | Zie de digitale manometers en drukmeters. |
| Toebehoren | Beschermkappen, manometerringen, meetpuntkoppelingen, meetpuntslangen en knoopcellen. | Gesplitst in toebehoren voor analoge meters en toebehoren voor digitale meters. |
Een analoge meter vervang je zonder aanpassingen door een digitale, zolang draadtype, aansluitmaat en schaalbereik overeenkomen. Veel werkplaatsen combineren: analoog vast op de machine voor de dagelijkse controle, digitaal in de testkoffer voor het meetwerk.
Kies een schaal die minimaal 25% boven je normale werkdruk ligt. Bij een werkdruk van 160 bar pak je dus de eerstvolgende standaardschaal daarboven: 0–250 bar.
De selectieregel achter die vuistregel staat in EN 837-2: bij constante druk belast je een buisveermanometer tot maximaal ¾ van de schaalwaarde, bij wisselende druk tot maximaal ⅔.
Kies het bereik ook niet te ruim. Lees je 20 bar af op een schaal van 400 bar, dan zit je in het eerste kwart en telt de klassefout zwaar door — die geldt over de volle schaal, niet over je meetwaarde.
| Werkdruk in het systeem | Kies schaalbereik | Typische toepassing |
|---|---|---|
| Onderdruk | -1–0 bar | Vacuümgrijpers, zuigsystemen, ontluchting |
| Tot 6 bar | 0–10 bar | Persluchtnet en luchtdruk in de werkplaats |
| 8–10 bar | 0–16 bar | Waterdruk, reiniging, pompinstallaties |
| Circa 100 bar | 0–160 bar | Compacte hydrauliek, laadkranen, kleine aggregaten |
| Circa 160 bar | 0–250 bar | Standaard hydraulisch aggregaat |
| Circa 250 bar | 0–400 bar | Mobiele hydrauliek en ventielblokken |
| Circa 400 bar | 0–600 bar | Persen en spanhydrauliek |
| Vanaf 600 bar | 0–1000 bar | Hogedrukgereedschap en meetopstellingen |
Voor perslucht en water liggen de schalen een orde lager dan in de hydrauliek. Een manometer voor luchtdruk in een persluchtnet zit doorgaans op 0–10 of 0–16 bar; voor waterdruk in een pompinstallatie geldt hetzelfde.
Zoek je een manometer met een groot bereik voor hogedrukgereedschap of een meetopstelling? Die schalen lopen door tot 0–1000 bar, met een bijbehorende aansluiting tot 1".
Werk je met snel sluitende cilinders of leidingslag, kijk dan naar de piekdruk en niet alleen naar de instelling van je overdrukventiel. Een manometer met sleepwijzer legt die piek vast, zodat je na de cyclus ziet wat er echt gebeurde.
Vervang je een bestaande meter? Controleer eerst of het oude bereik logisch was. Stond de wijzer altijd in het eerste kwart, dan las je jarenlang onnauwkeurig af en pak je nu meteen een kleinere schaal.
Glycerinegevuld kies je bij trillingen en drukpieken, droog bij stabiele processen en hogere mediumtemperatuur. Voor een hydraulische manometer op een aggregaat, pers of mobiele machine is glycerine de standaardkeuze.
| Kenmerk | Glycerinegevuld | Droog |
|---|---|---|
| Wijzerbeeld | Rustig, ook bij pulsaties en drukstoten | Onrustig zodra er trillingen of pieken zijn |
| Levensduur mechanisme | Langer: de vulling smeert de overbrenging | Sneller slijtage bij wisselende belasting |
| Mediumtemperatuur | Tot circa 100 °C | Hoger, bij RVS-uitvoeringen tot circa 200 °C |
| Omgevingstemperatuur | Vanaf circa -20 °C | Vanaf circa -40 °C |
| Typisch voor | Aggregaat, pompblok, ventielblok, mobiele machines, persen | Persluchtnet, testbank, stabiele procesdruk, warme media |
| Let op | Ontluchtingsnippel na montage in eindpositie openzetten | Geen demping: monteer bij pulsaties een smoring of drukdemper |
Blijft de wijzer óók met glycerine onrustig, dan zit het probleem in het systeem en niet in de meter. Denk aan pomppulsaties of een klapperend ventiel; een smoring vóór de manometer pakt de oorzaak aan.
Zit je structureel boven de 100 °C? Kies dan een droge RVS-uitvoering, of plaats de meter verder van de warmtebron via een meetleiding of sifon zodat het medium onderweg afkoelt. Controleer altijd het datasheet van het model voor de exacte grenzen.
De montagepositie bepaalt de aansluiting, verder niets. Kijk waar de meter komt te hangen en van welke kant je hem afleest.
| Aansluiting | Waar het meetpunt zit | Typische montage | Bevestiging |
|---|---|---|---|
| Onderaansluiting (radiaal) | Onder of vóór de meter | Direct op aggregaat, pompblok of leiding | Schroefdraad, eventueel met manometerring |
| Achteraansluiting (axiaal) | Aan de achterzijde van de kast | Ooghoogte, wandmontage, meetkast | Schroefdraad of driegatsflens |
| Paneelinbouw | Achterzijde, door de plaat heen | Bedieningspaneel en meetkast | Voorflens (driegats) of montagebeugel achter de plaat |
Meet bij paneelinbouw eerst de gatmaat op: een uitsparing van 63 mm vult zich niet met een Ø 100 mm-meter. Een verkeerd gekozen aansluitpositie leidt tot geknutsel met bochten en nippels, en elk extra koppelpunt is een extra lekpunt.
De kastmaat bepaalt de afleesafstand. Ø 63 mm is prima op armlengte in een blok; sta je drie meter verderop bij een paneel, dan wil je Ø 100 mm.
In de Europese hydrauliek is BSP (G-draad) het meest voorkomend, meestal G¼" of G½". NPT komt uit Amerikaanse machines, metrische draad zie je bij specifieke blokken en meetpunten. De aansluitmaten in dit assortiment lopen van 1/8" tot 1".
| Draadtype | Vorm | Afdichting | Waar je hem tegenkomt |
|---|---|---|---|
| BSP / G (parallel) | Cilindrisch, rechte flanken | Op de vlakke kop, met koperen ring of Usit-ring | Europese hydrauliek: aggregaten, ventielblokken, leidingwerk |
| NPT (conisch) | Taps, loopt naar het eind toe smaller | In de draad zelf, met PTFE-tape of vloeibare afdichting | Amerikaanse machines en installaties |
| Metrisch (M) | Cilindrisch, metrische steek | Vlakke kop met ring, of O-ring in de kop | Meetpunten zoals M16x2 en fabrikantspecifieke blokken |
Zo bepaal je wat je hebt: meet de buitendiameter met een schuifmaat, kijk of de draad recht of taps loopt, en tel de gangen per inch met een draadmeter. Let op dat de aanduiding G¼" niet naar de gemeten diameter verwijst — vergelijk je meting met een dradentabel.
Het veiligst blijft de oude meter of het aansluitnippel als referentie meenemen. Heb je alleen een foto en een maatje? Leg het voor aan de productspecialisten van INDI: vijf minuten overleg voorkomt een verkeerde levering en een tweede stilstand.
Past je draadtype niet bij de gewenste meter, dan is een overgangsnippel in de juiste drukklasse een legitieme oplossing. Houd het aantal verbindingen wel beperkt.
Kies RVS bij natte, buiten- of chemisch belaste omgevingen, staal bij droge machines binnen, kunststof bij lichte perslucht- en lagedruktoepassingen. Kijk daarbij naar twee kanten: wat er ín de meter komt en wat er tegen de meter aan komt.
| Behuizing | Typisch voor | Grens en aandachtspunt |
|---|---|---|
| Kunststof | Perslucht, lage druk, droge binnenopstelling | Beperkte mechanische belasting; niet bij hogedruk of langdurige UV-belasting buiten |
| Staal | Hydrauliekolie in droge machines binnen, machinebouw | Corrodeert bij condens, zoute lucht of reinigen met een hogedrukspuit |
| RVS | Wasstraten, buitenopstelling, scheepvaart, levensmiddelenproductie | Let op de gradatie: een RVS-kast met meetsysteem van koperlegering past niet bij media die koper aantasten |
| Volledig inox | Agressieve media, reinigingsmiddelen, chemie | Kast én meetsysteem inox; ook de pakking of O-ring moet mediumbestendig zijn |
Een veelvoorkomende denkfout: RVS kiezen vanwege het medium, terwijl het probleem buiten zit. Zoute lucht, condens en een hogedrukspuit tasten een stalen kast van buitenaf aan, ook als er gewoon hydrauliekolie doorheen gaat.
Let daarom ook op de IP-graad volgens EN 60529. In een droge werkplaats volstaat een lagere graad; voor buitenopstelling of een wasomgeving zit je aan de bovenkant van dat rijtje, IP65 of hoger.
De nauwkeurigheidsklasse is de toelaatbare afwijking als percentage van de volle schaalwaarde, vastgelegd in EN 837-1. Klasse 1,6 op een 250 bar-meter betekent ±4 bar — óók onderin de schaal.
| Klasse | Afwijking over volle schaal | Gangbaar bij | Waarvoor |
|---|---|---|---|
| 2,5 | ±2,5% | Ø 40 en Ø 50 mm | Algemene machinebewaking: doet het systeem wat het moet doen |
| 1,6 | ±1,6% | Ø 63 mm | Standaard in hydrauliek en pneumatiek |
| 1,0 | ±1,0% | Ø 100 mm en groter | Procescontrole, instelwerk en veiligheidsgevoelige metingen |
| 0,6 en beter | ±0,6% of minder | Testmeters en digitale uitvoeringen | Test-, meet- en kalibratiewerk |
Grotere kastmaten halen een betere klasse, simpelweg omdat de schaal langer is. Reken de temperatuurinvloed erbij op: buiten de referentietemperatuur van +20 °C komt er circa ±0,4% van de volle schaal per 10 K bij.
Denk ook aan de rest van de meetketen. Een klasse 1,0-meter achter een lange dunne meetleiding met een dichtgeslibde smoring geeft nog steeds een verkeerd getal. Nauwkeurigheid zit in het geheel: meetpunt, leiding, demping en meter.
EN 837-1 legt daarnaast de veiligheidsuitvoeringen vast. S1 heeft een blow-out voorziening, S2 een uitblaasbare achterwand met veiligheidsglas, en S3 bovendien een massieve scheidingswand tussen meetsysteem en wijzerplaat.
Hangt de meter op ooghoogte of in een paneel waar dagelijks mensen voorlangs lopen? Kies dan bewust een veiligheidsuitvoering, ook bij middelhoge druk. Heb je een gekalibreerde manometer of een kalibratiecertificaat nodig, dan neem contact op met de productspecialisten.
Vervang hem. Een meter die glycerine lekt, waarvan de wijzer hangt of niet meer op nul terugvalt, meet feitelijk niets meer. Repareren heeft geen zin: het meetsysteem is een gesloten geheel.
Zoek daarna de oorzaak, anders sneuvelt de volgende meter net zo snel.
| Storingsbeeld | Waarschijnlijke oorzaak | Wat je doet |
|---|---|---|
| Wijzer trilt of hangt continu | Pomppulsaties en drukpieken | Glycerinegevulde uitvoering, eventueel met smoring of drukdemper |
| Wijzer komt niet meer op nul | Meetsysteem permanent vervormd door overdruk | Vervangen en een ruimere schaal of een sleepwijzer kiezen |
| Glycerine lekt weg of het glas staat bol | Overdruk of thermische belasting | Bereik en mediumtemperatuur controleren; ontluchtingsnippel openzetten |
| Beslagen glas of vocht in de kast | Afdichting laat door, IP-graad te laag | Uitvoering met hogere IP-graad volgens EN 60529 |
| Corrosie op kast of aansluiting | Verkeerd materiaal voor de omgeving | Overstappen op RVS of een volledig inox uitvoering |
| Wijzer beweegt niet meer | Meetpunt of smoring dichtgeslibd | Meetpunt en meetleiding doorblazen en controleren |
Neem bij vervanging de randzaken in dezelfde order mee: beschermkap, manometerring, afdichting en meetnippel. Dan rond je de klus in één keer af in plaats van de machine twee dagen later opnieuw plat te leggen.
Voor een manometer voor hydrauliek vormt WIKA het zwaartepunt in het analoge assortiment: buisveermanometers volgens EN 837-1, droog en glycerinegevuld, van Ø 40 tot Ø 100 mm. Webtec levert de digitale drukmeters en hydraulische testers voor meet- en diagnosewerk.
Daarnaast vind je Festo voor pneumatische toepassingen, en Parker, Voss en Spradow voor meetpuntkoppelingen, meetpuntslangen en aansluitcomponenten.
Wat een A-merk je oplevert is herleidbaarheid. Druk-, temperatuur- en IP-limieten staan in het datasheet, en bestel je over twee jaar dezelfde meter, dan krijg je dezelfde uitvoering in dezelfde klasse. Dat scheelt werk zodra je een machinepark standaardiseert.
Filter in de webshop op de specificaties die je al kent: schaalbereik, kastdiameter, aansluitmaat, materiaal, klasse en gevuld of droog. Vervang je een bestaande meter, begin dan bij de aansluiting — dat sluit het meeste in één keer af.
Neem de rest van de meetlijn in dezelfde order mee. In meetapparatuur en koppelingen vind je naast de meters ook de manometerkoppelingen en afsluiters, en de toebehoren voor analoge en digitale manometers.
Vóór 18:00 uur besteld en op voorraad? Dan heb je het de volgende werkdag in huis. Bij een stilstaande productielijn scheelt dat een dag.
Werk je aan een serie aggregaten, een complete meetkast of het standaardiseren van een machinepark? Vraag dan een offerte aan. Neem contact op en de productspecialisten controleren de bereiken en aansluitingen met je mee.
Geen. Manometer, drukmeter en drukmeetklok duiden hetzelfde instrument aan: een meter die de druk in een systeem zichtbaar maakt in bar of psi.
Bij elektronische uitvoeringen is drukmeter de gangbaarste term, bij mechanische buisveeruitvoeringen manometer. In normen en technische documentatie zoals EN 837-1 staat consequent manometer.
De nauwkeurigheidsklasse geeft de toelaatbare afwijking als percentage van de volle schaalwaarde, volgens EN 837-1. Klasse 1,6 betekent ±1,6% van de volledige schaal, klasse 1,0 dus ±1,0%.
Voor algemene machinebewaking volstaat klasse 1,6 of 2,5, voor procescontrole en instelwerk pak je klasse 1,0, en voor test- en kalibratiewerk klasse 0,6 of beter.
De fout geldt over de volle schaal, ook onderin. Meet je 20 bar op een 400 bar-meter van klasse 1,6, dan is de toelaatbare afwijking ±6,4 bar — bijna een derde van je meetwaarde. Kies daarom een bereik waarin je werkdruk in het middendeel van de schaal valt.
Bij nauwkeurige metingen kalibreer je minimaal jaarlijks. Voor kritische of kwaliteitsbepalende processen en voor meters die je gebruikt bij afpersen en instellen past een kortere interval.
Meters die zwaar belast raken door trillingen, drukpieken of temperatuurwisselingen verlopen sneller dan dat.
Tussendoor helpt een visuele controle:
Een nulpuntafwijking is het eerste signaal van een verlopen meetsysteem. Gemiddeld gaat een manometer 5 tot 10 jaar mee, afhankelijk van medium, temperatuur en trillingen. Neem meters die tegen dat einde lopen mee in je preventief onderhoud.
Een manometer monteer je in de meeste gevallen zelf, mits je één regel strikt aanhoudt: het systeem is volledig drukloos voordat je iets losdraait. Restdruk in een accumulator, cilinder of gesloten leidingdeel blijft levensgevaarlijk, ook met de pomp uit.
Werk in deze volgorde:
De afdichting volgt uit het draadtype: een conische NPT-draad dicht af in de draad met PTFE-tape, een parallelle BSP- of metrische draad op de vlakke kop met een koperen of Usit-ring. Twijfel je over draadtype of aanhaalmoment? Leg het voor aan de productspecialisten van INDI.
Vervang hem. Een manometer die vloeistof lekt, waarvan de wijzer blijft hangen of niet meer op nul terugvalt, is niet meer betrouwbaar.
Vervangen is vrijwel altijd sneller en verstandiger dan repareren, omdat het meetsysteem een gesloten geheel is. Glycerine bijvullen lost niets op: de vulling verdwijnt niet zonder oorzaak.
Zoek daarna de oorzaak. Een trillende wijzer wijst op pulsaties, een verschoven nulpunt op overdruk, corrosie op een verkeerd materiaal voor de omgeving en beslagen glas op een te lage IP-graad. Pak je die oorzaak niet aan, dan sneuvelt de nieuwe meter net zo snel.
Wij staan voor je klaar.
Maandag - vrijdag 7 - 18 uur
