hide me
  • Ons assortiment
    1. Ons assortiment
    2. Elektrotechniek

    Elektrotechniek

    Elektrotechniek bij INDI: kabel en aansluitmateriaal, schakelmateriaal, zekeringen en installatieautomaten, connectoren, relais, sensoren, voedingen en behuizingen.

    Dat geldt voor vaste installaties in gebouwen en schakelkasten en voor mobiele 12V- en 24V-toepassingen op machines en voertuigen. Zoek je één vervangingsonderdeel voor een storing, dan filter je op de gegevens van het typeplaatje. Stel je een stuklijst samen voor een project, dan bouw je de complete kast in één order op.

    Bij INDI bestel je elektrotechniek van A-merken als ABB, Phoenix Contact, Eaton, Schneider Electric, Balluff en Weidmüller, geschikt voor installatie, machinebouw en mobiel materieel.


    Wat is elektrotechniek en hoe werkt het?

    Elektrotechniek draait om drie functies: energie transporteren, die energie beveiligen en de installatie aansturen. Kabel en rijgklemmen (in de praktijk ook lasklemmen of push-in-klemmen genoemd) transporteren en verdelen, zekeringen en installatieautomaten beveiligen leiding en mens, en relais, sensoren en besturingen schakelen op basis van een signaal.

    Het mantelmateriaal bepaalt waar een kabel thuishoort. Een stugge PVC-installatiekabel hoort binnen in een vaste leiding, een soepele rubber- of PUR-kabel hoort aan de machine, op de haspel of buiten.

    Mantelmateriaal Eigenschappen Waarvoor je het kiest
    PVC (installatiekabel, montagedraad, stuurstroomkabel) Stug tot licht soepel, circa -5 tot +70 °C, beperkt olie- en UV-bestendig Lichte binnentoepassing: vaste leidingen, gebouwbekabeling, paneelbedrading
    Rubber en neopreen (H07RN-F) Zeer soepel, slagvast, olie- en weerbestendig Haspels, aggregaten, bouwplaats, natte en ruwe omgeving
    PUR (sleepkabel, robotkabel) Slijtvast, olie-, chemicaliën- en UV-bestendig, kleine buigradius Zware industrie: sleepketting, bewegende machinedelen, buitenopstelling
    Siliconen Hittebestendig tot circa +180 °C, blijvend flexibel Motorruimtes, ovens, warme machinedelen

    Let bij vast aangelegde kabel in gebouwen ook op de CPR-brandklasse op de mantelopdruk, bijvoorbeeld Eca, Dca of Cca.


    Hoe kies of vervang je het juiste onderdeel?

    Start altijd bij de gegevens van het defecte onderdeel: type, spanning, nominale stroom, aansluitwijze en montagevorm. Met die vijf gegevens vind je in de webshop een identieke of gelijkwaardige component, ook als het originele artikelnummer vervallen is.

    Met die vijf gegevens zoek je het onderdeel op voordat de monteur erom vraagt, zodat je ploeg morgen verder werkt waar hij gebleven is.

    Een aardlekschakelaar en een installatieautomaat vervangen elkaar niet: ze beveiligen iets anders. In een schakelkast plaats je daarom beide, waarbij NEN 1010 op wandcontactdozengroepen een aardlekbeveiliging van 30 mA vraagt.

    Component Beveiligt tegen Typische uitvoering
    Installatieautomaat (groep, B- of C-karakteristiek) Overbelasting en kortsluiting in de leiding 1- tot 4-polig, 6 tot 63 A, DIN-rail 35 mm
    Aardlekschakelaar (ALS) Aanraking en lekstroom naar aarde 30 mA voor persoonsbeveiliging, 300 mA voor brandbeveiliging
    Aardlekautomaat (ALA) Beide functies in één module 30 mA gecombineerd met B- of C-automaat, smalle inbouwbreedte

    Een solid-state relais (SSR) vervangt een mechanisch relais niet altijd één-op-één. Een SSR schakelt geruisloos, haalt een veelvoud aan schakelingen en past bij hoge schakelfrequentie, maar vraagt om een andere dimensionering.

    • Thermiek — reken op circa 1 W verliesvermogen per ampere en monteer een koellichaam of houd montageruimte vrij.
    • Derating — kies boven 40 °C omgevingstemperatuur een ruimere nominale stroom dan het mechanische origineel.
    • Galvanische scheiding — een SSR scheidt de kring niet galvanisch; bij veiligheidsfuncties houd je een mechanisch contact of contactor aan.
    • Belastingtype — inductieve lasten zoals motoren en spoelen vragen meer piekstroomreserve dan resistieve lasten.

    Voor een niet meer leverbare Harting- of Phoenix Contact-connector vind je een gelijkwaardig alternatief via vijf gegevens: aantal polen, behuizingsmaat uit de Han-serie (bijvoorbeeld 3A, 6B, 10B, 16B of 24B), contactbelasting per pool in ampere, aansluitwijze (schroef, veer of crimp) en IP-klasse in gekoppelde toestand. Houd de maatserie en de codering gelijk, dan past de nieuwe inzet in de bestaande kap.

    Neem per connector in je stuklijst dezelfde vijf gegevens op — polen, behuizingsmaat, contactbelasting, aansluitwijze en IP-klasse — plus de bijbehorende wartel of kabeltule en de contacten los. Reken 10 tot 20% reservepolen mee, zodat een latere uitbreiding geen nieuwe connector vraagt.

    Het sensortype volgt uit het object, de detectieafstand en de omgeving. De aansluiting kies je daarna: M8 voor compacte posities, M12 voor standaard industriële sensorkabel, met PNP of NPN passend bij je ingangskaart.

    Sensortype Detecteert Bereik en omgeving Aansluiting
    Inductief (naderingsschakelaar) Alleen metaal 1 tot 15 mm, ongevoelig voor stof, olie en vocht M8 of M12, PNP of NPN
    Capacitief Metaal, kunststof, hout, vloeistof 2 tot 25 mm, ook door een dunne wand heen M12, PNP of NPN
    Optisch (fotocel) Vrijwel elk object Centimeters tot meters; vraagt een schone lens en stabiele uitlijning M8, M12 of vaste kabel
    Drukschakelaar (pressostaat) Druk in een leiding of systeem via een membraan of piëzo-element Instelbaar schakelpunt, afhankelijk van het type van enkele bar tot circa 400 bar; hydrauliek, pneumatiek en koelwater M12 of DIN-stekker, schakelend contact of analoog 4-20 mA
    Niveauschakelaar Vloeistof- of bulkniveau op een vast meetpunt, via vlotter, geleidbaarheid of capacitieve staaf in het medium zelf Tanks, silo's en reservoirs; schakelt op één ingebouwd niveau in plaats van op afstand door een wand, zoals een capacitieve sensor M12 of vaste kabel, NO of NC

    De behuizingsmaat is de tweede keuzeas naast het sensortype: hoe groter de behuizing, hoe groter de schakelafstand. Een afgeschermde (flush) uitvoering bouw je vlak in metaal in en haalt een kortere afstand dan een niet-afgeschermde uitvoering van dezelfde maat.

    Behuizingsmaat Nominale schakelafstand (inductief) Waarvoor je die kiest
    M8 1 tot 2 mm afgeschermd Krappe posities: cilinders, grijpers, kleine mechanismen
    M12 2 tot 4 mm afgeschermd, circa 8 mm niet-afgeschermd Standaardpositiedetectie in machines en opbouw
    M18 5 tot 8 mm afgeschermd, circa 12 mm niet-afgeschermd Ruimere montagetolerantie, trillende ophangingen
    M30 10 tot 15 mm afgeschermd, tot circa 60 mm in een langeafstandsuitvoering Grote meetafstand, vervuilde omgeving, dikke montagebeugels

    De schakelfrequentie bepaalt of een sensor een snel bewegend object nog betrouwbaar telt. Een inductieve naderingsschakelaar haalt honderden tot enkele duizenden schakelingen per seconde en past daarmee op tandwielen, nokkenassen en snelle transportlijnen.

    Een optische sensor is trager door de responstijd van ontvanger en lens — vaak enkele milliseconden — en past beter bij stuksdetectie dan bij hoogfrequent tellen. Lees de maximale schakelfrequentie af op het datasheet en houd marge: bij M30 ligt die lager dan bij M8.

    IO-Link geeft naast de schakelstatus ook diagnosegegevens door over dezelfde standaard drieaderige M12-sensorkabel. Je leest bedrijfsuren, interne temperatuur, signaalreserve en vervuilingsgraad uit, en je stelt parameters zoals schakelafstand en schakelvertraging in vanuit de besturing.

    Zet je een IO-Link-sensor op een klassieke ingangskaart, dan werkt hij in SIO-modus gewoon als schakelende sensor. Bij vervanging neemt de nieuwe sensor de parameterset over uit de master, dus de instelling op de machine blijft gelijk.

    Naast PNP of NPN kies je de contactstand: NO (normally open) of NC (normally closed). Die keuze bepaalt hoe je besturing reageert op een kabelbreuk of een uitgevallen sensor.

    • PNP — schakelt de plus door naar de ingang en is de gangbare keuze in Europese besturingen.
    • NPN — schakelt naar massa en past bij een ingangskaart die een negatief schakelend signaal vraagt.
    • NO (normally open) — geen signaal in ruststand, signaal bij detectie; standaard voor positie- en aanwezigheidsdetectie.
    • NC (normally closed) — signaal in ruststand dat wegvalt bij detectie of bij kabelbreuk; de veilige keuze voor eindstanden en beveiligingsfuncties.

    Toets een sensor naast de IP-klasse altijd op mechanische en chemische belasting. Op mobiel materieel let je op trillingsbestendigheid volgens IEC 60068-2-6 (bijvoorbeeld 10 tot 55 Hz bij 1 mm amplitude) en schokvastheid volgens IEC 60068-2-27, plus een gegoten kop en een PUR-kabel die hydrauliekolie en dieselnevel verdraagt.

    In werkplaatsen met koelvloeistof en olienevel voorkomt een RVS- of PTFE-uitvoering aantasting van het front. In stoffige omgevingen loopt een optische sensor snel vol op de lens; een inductieve of capacitieve sensor blijft daar betrouwbaar schakelen.

    Twijfel je tussen twee alternatieven of ontbreekt de typeaanduiding op het onderdeel? Neem contact op met de productspecialisten van INDI; zij zoeken de gelijkwaardige component erbij.


    Welke normen en merken geven zekerheid bij installatie?

    Voor installaties in Nederland gelden NEN 1010 en NEN 3140, en op de component zelf de CE-markering met RoHS-verklaring. NEN 1010 bepaalt het ontwerp en de aanleg van laagspanningsinstallaties, inclusief aardlekbeveiliging, selectiviteit en kabelbelasting. NEN 3140 regelt inspectie, keuring en werkverantwoordelijkheid bij werk aan en nabij de installatie.

    NEN 1010 raakt in de praktijk vier onderwerpen die je in elke schakelkast terugziet. De opzet van de groepenverdeling en de selectiviteit tussen beveiligingen, de eisen aan aardlekbeveiliging per groep, en de samenhang tussen kabelbelasting, aderdoorsnede en de gekozen beveiliging.

    Bij een nieuwe of gewijzigde installatie hoort daarnaast een opleveringsinspectie met verklaring. Leg meting, instelling en uitkomst vast in het dossier, dan staat de installatie bij oplevering en herkeuring aantoonbaar goed. Toets de precieze eisen altijd aan de actuele normtekst en aan je installatieverantwoordelijke.

    NEN 3140 gaat niet over de installatie, maar over de mens die eraan werkt. De norm onderscheidt drie rollen rond werk aan en nabij een laagspanningsinstallatie.

    • Installatieverantwoordelijke — draagt de verantwoordelijkheid voor de installatie, wijst werkzaamheden toe en houdt het inspectiedossier bij.
    • Vakbekwaam persoon (VP) — beschikt over de kennis en ervaring om zelfstandig aan de installatie te werken binnen de aangewezen grenzen.
    • Voldoend onderricht persoon (VOP) — voert afgebakende taken uit na instructie, bijvoorbeeld een smeltpatroon vervangen volgens een vaste procedure.

    Die rolverdeling bepaalt wie welk werk uitvoert en wie de inspectie aftekent. Ook het inspectie-interval volgt uit een risicobeoordeling: hoe zwaarder de belasting, de omgeving en het gebruik, hoe korter het interval. Voor vaste installaties ligt dat in de praktijk vaak tussen één en vijf jaar; leg de onderbouwing per installatie vast.

    De CE-markering is geen kwaliteitskeurmerk, maar een wettelijke verklaring van de fabrikant. Daarmee verklaart hij dat het product aan de geldende EU-richtlijnen voldoet, zoals de laagspanningsrichtlijn en de EMC-richtlijn.

    Vrijwillige kwaliteitskeurmerken staan daar los van: KEMA-KEUR op de Nederlandse markt en VDE op de Duitse markt berusten op onafhankelijke keuring bovenop de wettelijke eis. Exporteer je machines buiten de EU, dan speelt vaak aanvullende certificering, bijvoorbeeld UL voor Noord-Amerika. Vraag dat certificaat op bij je leverancier voordat je specificeert.

    Een CE-markering alleen maakt een component niet geschikt voor elke installatie. De uiteindelijke geschiktheid volgt uit ontwerp, montage, omgeving en belasting — leg dat vast in de specificatie, zodat de installatie bij oplevering en herkeuring aantoonbaar klopt.

    Het praktische verschil tussen de drie zit in het object: NEN 1010 gaat over de installatie als geheel, NEN 3140 over de mens die aan die installatie werkt, en de CE-markering over het product zelf vóór inbouw. Pas samen maken ze een installatie aantoonbaar in orde.

    Op schakel- en aansluittechniek vind je in het voorraadassortiment onder meer ABB, Phoenix Contact en Eaton. Deze merken leveren CE-gemarkeerd materiaal met complete datasheets, certificaten en DIN-rail-maatvoering, zodat je je keuze bij een inspectie onderbouwt.


    Past dit onderdeel bij mijn toepassing?

    Bij een 24V-installatie bepaalt de spanningsval de aderdoorsnede, niet de stroombelasting van de kabel. Op lage spanning tikt elke meter kabel door: dezelfde 15 A vraagt over 2 meter iets heel anders dan over 8 meter.

    Reken de minimale aderdoorsnede van een 24V-kring uit met A = (2 × L × I) / (κ × ΔU).

    • A — aderdoorsnede in mm²
    • L — enkele kabellengte in meter
    • I — stroom in ampere
    • κ — geleidbaarheid van koper: 56 m/(Ω·mm²)
    • ΔU — toegestane spanningsval in volt: 3% van 24 V = 0,72 V

    Rekenvoorbeeld 15 A over 8 meter bij maximaal 3% spanningsval: (2 × 8 × 15) / (56 × 0,72) = 5,95 → 6 mm²

    De IP-klasse leg je vast op de zwaarste belasting die de kast in bedrijf tegenkomt, niet op het gemiddelde. Staat de kast onbeschermd buiten, dan specificeer je minimaal IP65; staat hij overdekt en komt er alleen spat- en veegwater bij, dan volstaat IP54. Reinig je de omgeving met een hogedrukspuit, dan specificeer je IP69K.

    IP-klasse Bescherming Waar je die specificeert
    IP54 Stofbescherming en spatwater uit elke richting Overdekte opstelling zonder directe regen, werkplaats, technische ruimte
    IP65 Stofdicht en straalwater uit een straalpijp Schakelkast buiten, regen, spatwater en veegwater
    IP67 Stofdicht en kortdurende onderdompeling Connectoren laag bij de vloer, natte productieomgeving
    IP69K Stofdicht en hogedruk- of stoomreiniging Reinigingszones met hogedrukspuit, RVS-behuizingen

    Het behuizingsmateriaal kies je passend bij de IP-klasse en de omgeving: polycarbonaat voor lichte, UV-bestendige kasten, aluminium voor warmteafvoer en RVS 316L voor corrosieve of chemisch belaste omgevingen.

    Een complete stuklijst voor een schakelkast in een machinebouwproject bouw je per laag op, van kabelinvoer tot kleinmateriaal. Zo blijft de order in één keer compleet en ontbreekt er bij montage geen doos adereindhulzen.

    • Kabel — mantelmateriaal, aantal aders en doorsnede per functie, met afgeschermde kabel voor frequentieregelaar en encoder.
    • Klemmen — rijgklemmen in schroef of push-in, aansluitbereik in mm², aardklemmen, eindplaten en dwarsverbinders.
    • Connectoren — aantal polen, contactbelasting, codering, IP-klasse en de bijbehorende wartels.
    • Beveiliging en voeding — automaten en smeltveiligheden per groep, plus een 24V-voeding met reserve op de uitgangsstroom.
    • Kleinmateriaal — adereindhulzen, kabelschoenen, krimpkous, kabelbinders, bedradingskanaal en DIN-rail 35 mm.
    • Behuizing — afmetingen, montageplaat, kabelinvoer en klimaatbeheersing.

    Welke categorieën elektrotechniek vind je bij INDI?

    Het assortiment loopt van één adereindhuls tot de complete inhoud van een schakelkast, voor installatie, machinebouw en mobiel materieel. Voor de installatiekant vind je in gebouwen en installaties schakelmateriaal, wandcontactdozen, verdeeltechniek en verlichting, terwijl kabel, kabelgeleiding en aansluitmateriaal de installatiekabel, sleepkabel, kabelrupsen, wartels, rijgklemmen, kabelschoenen en connectoren bundelt.

    Beveiliging haal je uit zekeringen en installatieautomaten, met steekzekeringen, smeltpatronen, automaten en aardlekschakelaars. In industrieel schakelmateriaal staan drukknoppen, bedienelementen, contactoren, motorbeveiligingen en interfacerelais, en in behuizingen en kasten de wandkasten, klemmenkasten, drukknopkasten en montagerails eromheen.

    Voor detectie en aandrijving ga je naar sensoren met naderingsschakelaars, fotocellen, druk- en niveauschakelaars in M8- en M12-uitvoering, en naar voedingen en omvormers met DIN-rail voedingen, DC/DC-converters, softstarters en frequentieregelaars. De besturingslaag in de kast, van PLC-modules en interfacemodules tot signaalomvormers en displays, staat in besturingselektronica stationair.

    Werk je aan mobiele machines en voertuigen, dan vind je in besturingselektronica mobiel de 12V- en 24V-componenten, voertuigconnectoren, relais en kabelsets voor de bus en de opbouw. Voor zware DC-toepassingen bundelt elektrificatie de elektromotoren, vermogensbekabeling en aansluitcomponenten.


    Hoe bestel je elektrotechniek bij INDI?

    Je nettoprijs staat zichtbaar in de webshop zodra je inlogt op je zakelijke account. Neem je kabel per rol, klemmen per doos of connectoren in projectaantallen af, dan vraag je een staffel- of projectprijs aan via je accountmanager of het contactformulier.

    In de webshop filter je op spanning, stroom, IP-klasse, aderdoorsnede en aansluitwijze, vind je je eerdere orders terug om te herbestellen en zet je je hele stuklijst in één order weg. Voor een offerte, een staffel of hulp bij een gelijkwaardig alternatief: neem contact op.

    Staat een installatie stil door een doorgebrande zekering of een defect relais? Onderdelen die op voorraad staan en die je voor 18:00 uur bestelt, heb je de volgende werkdag in huis — dat is de combinatie die geldt: op voorraad én voor 18:00 besteld.


    Veelgestelde vragen over elektrotechniek

    Hoeveel polen heeft een Harting-connector nodig voor mijn machineaansluiting?

    Tel alle aders door de connector: elke vermogensader, elke stuurstroomader en de PE-aarde krijgen een eigen pool, plus 10 tot 20% reserve. Kies daarna de behuizingsmaat uit de Han-serie waar dat aantal polen in past, van 3A tot 24B. Controleer ook de contactbelasting per pool en de IP-klasse in gekoppelde toestand. Geef bij twijfel het oude type door aan de productspecialisten.

    Hoe vaak moet ik klemmen en connectoren in een schakelkast controleren?

    Neem de controle op in de periodieke inspectie volgens NEN 3140: in de praktijk jaarlijks tot elke drie jaar, afhankelijk van trilling, temperatuur en belasting. Let op verkleuring, corrosie en losgelopen verbindingen; dat zijn de eerste signalen van slijtage. Vervang een aangetast onderdeel direct. Verder lezen over dit connectortype doe je bij modulaire connectoren Han-Modular.

    Heb ik speciaal gereedschap nodig om kabelschoenen te krimpen?

    Ja, een krimptang die bij het type verbinder past is noodzakelijk voor een betrouwbare verbinding. Een combinatietang perst niet gelijkmatig en geeft een te hoge overgangsweerstand. Welke tang of matrijs je nodig hebt volgt uit het verbindertype en de doorsnede. De tangen en persgereedschappen zelf vind je bij speciaal gereedschap.

    Wat doe ik als een relais of zekering defect is en de installatie stilstaat?

    Lees type, spanning, nominale stroom en karakteristiek van het typeplaatje af en zoek daarop in de webshop. Staat het onderdeel op voorraad en bestel je voor 18:00 uur, dan heb je het de volgende werkdag in huis. Geef het oude artikelnummer door aan de productspecialisten voor een gelijkwaardig alternatief. De uitvoeringen per type bekijk je bij relais.